KERSTLIED NAAR LUTHER KERSTLIED NAAR LUTHER

In zijn kerstpreek op 25 december 1528 zegt Maarten Luther: ‘Kijk niet naar wat u bent, maar kijk naar wat er met u gebeurt vandaag. Kijk naar hem die tot u komt! Kijk niet naar het feit dat u een arme zondaar bent.’

Jochen Klepper (1903 – 1942) dicht naar aanleiding van dit woord een kerstlied:

Kijk maar niet neer op wie je bent
in zwakheid en in zonde.
Kijk naar Hem, die zich tot ons wendt:
de Redder, ons gezonden.
Een hart van inkeer vraag Hij jou,
op arendsvleugels draagt Hij jou.
Zijn komst vernieuwt jouw leven;
een thuis wil Hij je geven.

Kijk maar niet naar je lage staat,
zo arm aan Godsvertrouwen.
Kijk op en zie jouw Toeverlaat’
op Christus kun je bouwen!
Zie hoe Hij jou bescherming biedt,
de Heer neemt zijn ontferming niet
van wie Hem daarom vragen,
jouw zonden wil Hij dragen.

Ook als je twijfelt, blijft Hij trouw,
weet dat Hij woord zal houden.
Tot een nieuw schepsel maakt Hij jou,
voorbij is al het oude.
Zijn liefde dringt in jouw bestaan: 
jouw zonden ziet Hij niet meer aan.
De Heer heeft zich verbonden,
je bent door Hem gevonden!

Kijk maar niet neer op wie je bent,
God heeft jou opgenomen.
De Heer, die jou volledig kent
is zélf tot ons gekomen!
Zijn naam is Wonderbaar en Kracht,
een Vorst, die vrede heeft gebracht,
die eeuwig recht zal spreken.
Niets zal jou meer ontbreken.

Kijk nu niet neer op wat je vindt,
een kind in sleetse doeken,
de Zoon van God, het Mensenkind,
moeten wij juist hier zoeken.
Hier wacht Hij tot Hij jou bevrijdt,
hier blijkt zijn macht en majesteit.
Richt nu je blik naar boven
om deze Heer te loven!

Jochen Klepper werd geboren in de pastorie in Beuthen (1903) en in het spoor van zijn vader begonnen met de theologiestudie, brak hij deze af en vulde hij zijn leven in als schrijver en dichter. In 1931 trouwt hij de Joodse weduwe Johanna Stein, die twee dochters uit haar eerste huwelijk heeft. De inperkingen voor de Joodse bevolking worden na 1933 steeds sterker. In december 1942 komt de deportatieoproep. Het gezin besluit zelf het leven te beëindigen. Hiermee rakend aan het huiveringwekkend geheimenis hoe in déze situatie de eigenhandige stervensdaad juist de uiting is van de keuze voor de menselijkheid, voor de waardigheid van het leven. 

De liederen van Klepper getuigen van de grote worsteling met de vraag van de verborgen God in het perspectief van het bijbels getuigenis. Woorden als nacht, angst, pijn, duisternis, nood, ondergang en dood zijn voor hem dragers van een grote realiteit, waar doorheen de toonzetting van het ‘vrees niet!’ klinkt. In het Liedboek 2013 zijn Lied 250, 445 en 947 van hem opgenomen. Het bovenstaande lied is een vertaling van Titia Lindeboom in: Jochen Klepper, ‘Het licht breekt door de wolken’.

Kerst als het feest van de menswording van God heeft voor Klepper een centrale plaats. Op Kerst 1938 gaan zij samen aan het Heilig Avondmaal, na Hanni’s overgang tot de kerk en de kerkelijke huwelijksinzegening een week eerder. Elke Kerst kom ik bij deze dichter, die worstelde met de vraag naar de mens-wording van God en de ervaring van de onmens-wording van zijn medemens. Het is een zuiver proeven van waar Kerst wérkelijk over gaat.

ds. Nico Paap  

terug