HET EXPERIMENT MENS HET EXPERIMENT MENS


In de laatste week van januari kwam een gerenommeerd Duits automerk opnieuw in opspraak. Dat was het al eerder vanwege computersoftware, die het voor elkaar kreeg dat de auto op de testbank minder schadelijke uitstoot aangaf dan in werkelijkheid op de weg het geval was. Deze keer ging het om experimenten hoeveel schadelijke uitstoot dieren en mensen konden verdragen. Die laatsten ondergingen de tests weliswaar vrijwillig en tegen een financiële vergoeding, maar toch. Dus weer koppen rollen onder de topmensen van het bedrijf.
Mij bekroop een naar gevoel. Om die ‘sjoemelsoftware’ kan ik tot op zekere hoogte nog wel lachen: het is immers zo oud als de mensheid om, sinds er kooplieden zijn en koopwaar is, het product zo mooi mogelijk voor te stellen en dat niet met altijd even eerlijke methoden. Maar een test van uitlaatgassen op 25 mensen roept bij mij wel een paar vragen meer op. Juist vanuit een historisch besef in samenhang met Duitsland, een land dat ik overigens erg liefheb.
Afgelopen oktober bracht ik twee weken vakantie door in de omgeving van Limburg an der Lahn. Enkele kilometers noordelijk ligt het stadje Hadamar. Je kunt er het gedachtenismonument bezoeken bij de zorginstelling, waar sinds eind jaren dertig het euthanasieprogramma van de Nazi’s tot uitvoering werd gebracht van zwaar verstandelijk en/of lichamelijk gehandicapten; leven dat volgens de Nazi-ideologie niet levenswaardig was. ‘Aktion T4’, het Berlijnse adres van de organisatie: Tiergartenstrasse 4, waarvan een van de toegepaste praktijken het voeren van uitlaatgassen naar de ruimten waar de slachtoffers zich bevonden, was.
Uit de nieuwsberichten begreep ik dat ethici van de universiteit van Aken de experimenten van de bovengenoemde autofabrikant aanvaardbaar vonden. Nu is de vraag naar experimenten op levende wezens een heel gecompliceerde kwestie en ik ben geen ethicus van beroep en kan onmogelijk laatste woorden hierin spreken. De noodzakelijkheid van experiment op een levend wezen ten behoeve van medicijnen, die genezing beogen te bevorderen of tot stand te brengen, kan ik billijken. Verder durf en wil ik eigenlijk niet gaan. Dieren en/of mensen inzetten ter wille van schoonheidsproducten of pure wetenschappelijke nieuwsgierigheid, gaat mij eigenlijk te ver.
Misschien zou een autofabrikant ook een historicus in dienst moeten nemen. Het zou juist een Duits automerk meer dan gesierd hebben een stikstofdioxide-experiment op mensen volstrekt af te wijzen. Vanwege het leergeld der geschiedenis, tegen de meest grievende historische onnozelheid.
Toch zit er nog een vraag. Wat beweegt mensen om zich beschikbaar te stellen voor een dergelijk experiment? Grensoverschrijdende nieuwsgierigheid, bereidheid de wetenschap ten dienste te zijn, financiële noodzaak vanwege de te ontvangen vergoeding? Ik stuit hier op de grenzen van mijn denken en aanvoelen; ik stuit ook de grens van wat ik in deze kerkbladbijdrage aan lengte kwijt kan. Geen valse en alles-oplossende vroomheid: wij gaan volgende week de Veertigdagentijd binnen, de periode van bezinning vooraf aan het hoogfeest van de bevrijding-ten-leven; ‘een mens te zijn op aarde in deze wereldtijd,…’ (Lied 538 dat op de eerste zondag van deze veertig dagen gezongen zal worden): waartoe besta ik, waartoe ben ik? Ik heb weer heel wat te bezinnen; ‘…de Geest aanvaarden die naar het leven leidt; de mensen niet verlaten, Gods woord zijn toegedaan, dat is op deze aarde de duivel wederstaan.’ God is mens geworden. Nu wij nog.

ds. Nico Paap
 

terug