Meditatie Meditatie

Pinksteren
De Heilige Geest komt ons voor als de meest vage gestalte van de drieëne God. De Vader vangen wij in theolo­gische en filosofische begrippen, die zeggen wat God wel is in overtreffende vorm, ‘alomtegenwoordig, of wat Hij niet is in beperkingen, ‘onveranderlijk’. Wij kunnen spreken van de Naam, of in de beelden van de Schrift, als ‘schepper’. Van de Vader hebben wij ons een voorstelling gemaakt. De Zoon wijzen wij aan als de historische Jezus, die onder ons heeft geleefd, of als de Gekruisigde, de Opgestane. Maar de Geest is ons te abstract, ligt ons ook minder; wij, die ingesteld zijn op ‘harde’ feiten en statistie­ken. Ongrijpbaar, Hij waait waarheen Hij wil. Wie is Hij, hoe is Hij?

In alle eeuwen heeft de Kerk Hem met velerlei namen aangeroepen. De taal van de liturgie, beeldend als zij is, is bijbeltaal: ook de Schrift kent meerdere woorden voor de Geest en wie met die woorden durft te spelen, ze vrijelijk durft te combineren, krijgt enigermate greep op die ongrijpbare. Enigermate, nooit geheel.

Blazen, waaien, storm, wind, ademen, levensadem. God formeert uit stof de mens en blaast hem de levensadem de geest, in de neus: zo wordt de mens een levend wezen (Genesis 2: 7). Het woord ‘Pinksteren’ betekent vijftigste, de 50ste dag na het paasfeest. Het is de nieuwe Adam, de opgestane Jezus, die op de avond van de eerste opstandingsdag zijn leerlingen bezoekt achter hun sloten en grendels; Hij blaast op hen en geeft hen de Geest (Johannes 20: 22). Pasen en Pinksteren horen bij elkaar, ze vallen hier op één dag. Zo spreken wij van ‘Schepper Geest’, ‘Adem van leven’, ‘Herschepper’.

Dus heet Hij ook ‘liefde’ en ‘vuur’. Want daartoe zijn wij herschapen, dat wij in een vurig geloof de liefde doen. Zo sticht Hij ook gemeenschap: mensen verstaan elkaar in tong en taal, blokkades vallen weg, de mens ziet de mens. Troostend voor wie gevangen zit in blokkades van welke aard ook: je bent er niet aan je lot overgelaten, maar in gemeenschap. En vermanend is de Geest: steeds corrigerend dat wij de liefdedaad en de gemeenschap niet verdonkeremanen, de herschepping niet in zijn tegendeel doen omslaan. ‘Parakleet’ heet Hij, ‘Trooster’/’Vermaner’.

Dan is Hij zo ook die ons geleidt in de waarheid. De Geest woont bij ons in om ons te bezielen; daalt op ons neer als een duif uit den hoge. Zeven gaven schenkt Hij ons: wijsheid en verstand, raad en sterkte, wetenschap en vroomheid en de vreze des Heren (Jesaja 11: 2). Uitgaand van de Vader en de Zoon, dat is de waarborg voor de waarheid. Niet alles ter wereld, hoe mooi 't ook schijnt, is van de Geest. Er is altijd nog de leugen, zoetgevooisd, vermomd met zijn dubbele tong. De Geest der waarheid is gebonden aan de Vader en de Zoon, die beiden niet tegen zichzelf en elkaar in kunnen gaan. Dus is ons houvast onder het geleide van de Geest, de Schrift: Thora, Profeten en Geschriften, Evangelie en Epistel: Vader en Zoon spreken daar, door de Geest, zichzelf.

Met deze Geest gaan wij de geschiedenis door. Hij hoedt en leidt de Kerk, de gemeenschap van allen, die de gekruisigde Jezus als de Opgestane belij­den. Hij vormt de traditie en legt de geloofs­woorden in de mond en in het hart: de onuitsprekelijke verzuchtingen van ons gebed, de zuivere klank van de lof en aanbidding.

De ongrijpbare Heilige Geest is niet God in zijn grootste vaagheid, maar God in actie, God concreet als de nabijheid, die de mensen, die de hele schepping raakt en verandert naar de maat van en op weg van en naar het Koninkrijk.
ds. Nico Paap

terug